Wat te doen bij ...


Hierbij enkele voorbeelden van gevallen waar snel actie ondernomen moet worden:
  1. Hartstilstand
  2. Beroerte / TIA
  3. Vergiftiging via inname
  4. Botbreuk
  5. Bewusteloosheid
  6. Brandwonden
  7. Shock
  8. Afgerukte lichaamsdelen
Hieronder wordt verder ingegaan op elk van deze gevallen.

De basisregels voor een hulpverlener die altijd in acht genomen moeten worden, als deze een slachtoffer aantreft, zijn:
  1. Pas op gevaar
  2. Nagaan wat er is gebeurd / wat iemand mankeert
  3. Stel het slachtoffer gerust
  4. Zorg voor deskundige hulp ( 112 )
  5. Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit (indien mogelijk)

1. Hartstilstand


Wanneer je ergens komt en er ligt een persoon stil op de grond, spreek je deze eerst aan. Reageert deze niet op aanspreken, pak hem dan bij de schouders en schud hem voorzichtig. Reageert deze hier ook niet op, inspecteer dan zijn mond of er iets in zit wat de ademhaling kan belemmeren en kijk, luister en voel of er een ademhaling is, door over het slachtoffer te buigen en je oor vlak boven zijn mond te houden. Tegelijkertijd kijk je over zijn buik om te zien of er een ademhaling is 10 seconden lang. Is deze er niet, laat dan iemand 112 bellen en begin met reanimeren. 30 maal hartmassage, afgewisseld met 2 beademingen. Plaats je handen gekruist over elkaar op het borstbeen van het slachtoffer en druk deze elke keer ongeveer 5 centimeter in, met een snelheid van ongeveer 100 massages per minuut. Is er een AED apparaat in de buurt, laat iemand deze dan zo snel mogelijk ophalen. Wanneer je de AED apparaat aanzet, geeft deze je instructies, hoe je moet handelen. Ga door met reanimeren, tot dat de ambulance er is, of tot dat het slachtoffer weer zelf begint te ademhalen.

2. Beroerte / TIA


Een beroerte kan door 2 oorzaken ontstaan. Een bloeding in de hersenen of een bloedprop. In beide gevallen word een gedeelte van de hersenen niet meer voorzien van bloed. Als dit te lang duurt, kan er permanente schade aan de hersenen op treden. Je kunt een beroerte herkennen aan de volgende dingen: Het slachtoffer heeft een scheve mond, verlammingsverschijnselen en/of een onduidelijke spraak (wartaal). Waarschuw meteen 112, want hoe sneller er word ingegrepen, hoe kleiner de schade. Een tijdelijke beroerte heet een TIA. Net zo snel als het optreed, kan het weer over zijn. De verschijnselen zijn hetzelfde, de actie ook, dus bellen. Ook hier telt elke seconde.

3. Vergiftiging via inname


Wanneer iemand giftige stoffen heeft ingeslikt, is het van belang te weten welke stof. Je hebt:

Bijtende stoffen: Voorbeelden hiervan zijn vaatwasmachinemiddelen, gootsteenontstoppers, toiletreinigers, ammonia en soldeervloeistof. Door de bijtende stof worden lippen, mond, keel slokdarm en maag beschadigd. Het slachtoffer moet zo snel mogelijk 2 glazen water drinken, om het te verdunnen. Laat een slachtoffer nooit braken, neem de verpakking mee en ga naar een arts of ziekenhuis.

Petroleumprodukten: Voorbeelden hiervan zijn gekleurde lampenolie, terpentine en meubelolie. Het gevaar hiervan is dat door inademing een chemische longontsteking kan ontstaan, die zeer gevaarlijk is. Laat het slachtoffer niet braken, neem de verpakking mee en ga naar een arts of ziekenhuis.

Niet-bijtende stoffen: Voorbeelden hiervan zijn geneesmiddelen die niet in de juiste hoeveelheid en juiste manier zijn ingenomen, bestrijdingsmiddelen, giftige planten, - vruchten en paddenstoelen. Hierbij moet je het slachtoffer juist laten braken om te voorkomen dat de giftige stof word opgenomen in de bloedbaan. Dit kun je doen door een vinger in de keel te stoppen om het braken op te wekken, ook bij een bewusteloos slachtoffer. Indien bij kennis, ga onmiddellijk naar een arts of ziekenhuis met de verpakking. Bewusteloos, bel dan 112.

4. Botbreuken


Een slachtoffer met een botbreuk, kun je vaak herkennen aan een aparte stand van een lichaamsdeel, het niet kunnen gebruiken van een lichaamsdeel, veel pijn bij bewegen en bij een open botbreuk, door een wond waar een stukje bot zichtbaar is. Vaak hebben ze zelf ook iets horen knappen. Het belangrijkste wat je kunt doen, is het lichaamsdeel rust te geven. Een gebroken arm door een driekante doek, een gebroken been door zijdeling steun te geven, zodat deze niet opzij kan draaien. Bel 112 wanneer het slachtoffer niet verplaatst kan worden, bij een gebroken been, enkel, heup, rug, enz. Kan het slachtoffer wel verplaatst worden, kun je deze zelf naar de EHBO in het ziekenhuis brengen.

5. Bewusteloosheid


Wanneer je een slachtoffer aantreft die niet reageert op aanspreken en schudden aan de schouders, controleer je eerst de ademhaling. Is deze wel aanwezig, dan is het slachtoffer bewusteloos. Wanneer een slachtoffer op de rug ligt, kan de tong achterin de keel zakken, waardoor deze kan stikken. Bel, of laat iemand anders 112 bellen en draai vervolgens het slachtoffer op zijn zij, met het hoofd naar beneden gericht. Hierdoor kan de tong niet meer achterin zakken. Blijf de ademhaling controleren, totdat de ambulance er is. Valt deze weg, dan reanimeren.

6. Brandwonden


Wanneer iemand brandwonden heeft, is het zaak zo snel mogelijk te koelen met lauw, zacht stromend water minimaal 15 minuten. De hitte zit onder de huid en daarom is het belangrijk deze hitte die weefsel beschadigd, zo snel mogelijk uit het lichaam te krijgen. Is het lichaamsdeel rood, gezwollen en pijnlijk, dan spreekt men van eerstegraads brandwonden. Men spreekt van tweedegraads wanneer er ook blaren aanwezig zijn, Is de huid grauw-wit (gekookt) of zwart (verkoold), niet meer soepel en pijnloos, dan spreekt men van derdegraads brandwonden. De tweede- en derdegraads brandwonden steriel afdekken met metaline verband en zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Van een wondje ter grote van een 2 euro munt, kan men al in shock raken. Een eerstegraads wond bij voorkeur door een arts laten bekijken.

7. Shock


Iemand kan in shock raken door meerdere oorzaken: Door ernstig bloedverlies, zowel inwendig als uitwendig, door een slechte werking van het hart en door het verlies van veel lichaamsvocht door diaree of veel braken. De verschijnselen van een slachtoffer die in shock verkeert, zijn: Zieke indruk, voelt koud aan, is slap en krachteloos, dorstig en onrustig ( angstig ). Door het vochtverlies ( zowel bloed als lichaamsvocht ) reageert het lichaam met het allereerst uitschakelen van de minst vitale functies van het lichaam. Hoe langer het duurt, hoe meer organen te weinig bloed en dus zuurstof krijgen. Bel onmiddellijk 112 en zeg er bij dat je shock vermoed. Geef het slachtoffer nooit wat te drinken en blijf er bij, totdat de hulpverleners gearriveerd zijn. Het slachtoffer is namelijk heel angstig.

8. Afgerukte lichaamsdelen


Als iemand door een ongeluk een lichaamsdeel kwijtraakt, zal de wond eerst nog niet zo hard bloeden, dit doordat de bloedvaten zijn samengetrokken. In een later stadium kan wel ernstig bloedverlies optreden. Probeer daarom de wond af te dekken met een stompverband. Over het steriele gaasje ga je met synthetische watten heen en weer, totdat de hele wond ruim bedekt is en pak het met elastisch verband stevig in. Stop de afgerukte lichaamsdeel in een plastic zak, die vervolgens in een tweede plastic zak met ijsblokjes of smeltend ijs word gedaan. Zorg dat het lichaamsdeel niet nat word. Aan de hand van de ernst van de verwonding, beslis je of je 112 belt ( bijvoorbeeld bij een afgerukte arm of been) of zelf zo snel mogelijk naar de EHBO-afdeling in het ziekenhuis gaat ( bij een afgerukte vinger ).